Taalrijkdom in een school vol talen

Het lijkt misschien tegenstrijdig, maar uit wetenschap en praktijk blijkt dat als kinderen op school ook hun thuistaal mogen gebruiken, zij sneller goed Nederlands leren.

Jarenlang was het idee dat de beste en snelste manier om kinderen goed Nederlands te leren was om ze in een Nederlands ‘taalbad’ onder te dompelen. Op sommige scholen hing zelfs een bordje “Wij spreken hier Nederlands”. Ouders kregen de aansporing om ook thuis zoveel mogelijk Nederlands te gebruiken in gesprekken en bij het voorlezen. Dit taalbad-idee leeft nog steeds voort, in delen van het onderwijs en de politiek.

De taalwetenschap is intussen al lang tot andere inzichten gekomen: in plaats van de thuistaal taboe te verklaren, kun je die beter omarmen. Kinderen leren sneller Nederlands als daarbij de al aanwezige beheersing van de thuistaal als kapstok wordt gebruikt. Steeds meer scholen gaan uit van deze nieuwe inzichten. In januari besloot de gemeenteraad van Amsterdam om meertaligheid te stimuleren op alle Amsterdamse scholen. En op 15 maart trok de bijeenkomst in de OBA ‘Taaldiversiteit in het onderwijs’– georganiseerd door Stichting Polish Culture NL – een volle zaal.

Dit artikel bespreekt de belangrijkste aspecten van het waarom en hoe van het omarmen van thuistalen in de school.

Tekst: Carla Desain

Waarom is het zo belangrijk om op school de thuistalen te omarmen, wat zijn de voordelen ervan?

Identiteit Je eigen taal is onderdeel van je identiteit, van wie je bent. Of – zoals de Canadese taalwetenschapper Jim Cummins dat al 30 jaar zegt: ‘Als je de taal van een kind negeert, dan negeer je het hele kind’.

Welkom en veilig voelen Als je in je eigen taal begroet wordt, voel je je prettig welkom. Dat gevoel zal iedereen herkennen die ooit in het buitenland bij de receptie van een camping of hotel hakkelend naar woorden zocht en begroet werd met: “Welkom, spreek maar Nederlands hoor”. Hetzelfde geldt voor kinderen die geen of nauwelijks Nederlands spreken als ze naar school komen. Wat moet het heerlijk voor hen zijn als er een kind dat dezelfde taal spreekt op ze afstapt, ze welkom heet en zegt: “Ik ga jou alles in de klas laten zien en alles uitleggen”!

Welbevinden en zelfvertrouwen Als een kind in een kringgesprek iets wil delen met klasgenoten, maar daar in het Nederlands niet toe in staat is, hoeft het verhaal niet te stoppen. Als dat kind mag overschakelen op z’n thuistaal en een ander kind met dezelfde taalachtergrond (een taalmaatje) kan vertalen, kan het eerste kind zich toch uiten. Het verhaal krijgt aandacht en zijn Nederlands verbetert er ook van.

Contact met thuis, ouderbetrokkenheid Ouders willen hun kind graag helpen met school. Dus als ze vanuit school de boodschap krijgen dat ze vooral Nederlands met hun kinderen moeten praten, zullen ze dat proberen te doen, ook als ze zich niet comfortabel uitdrukken in die taal. Goede gesprekken over wat er op school gebeurt, zijn dan lastig. Maar als kinderen en ouders de opdracht krijgen om thuis in hun voorkeurstaal door te praten over het thema waar ze in de klas mee bezig zijn, krijg je wel diepergaande gesprekken. Goed voor de band binnen het gezin en voor de taalontwikkeling van kinderen. Bovendien raken ouders zo vanzelf meer betrokken bij school.

Rijke taalomgeving Om een goed taalgevoel te ontwikkelen, hebben kinderen een rijke taalomgeving nodig, op school en thuis. Dat betekent: ouders die verhalen vertellen en voorlezen, grapjes maken, zingen, goede gesprekken met hen hebben. Dat lukt alleen in de voorkeurstaal van ouders.

Kapstok- of hefboomfunctie Als je één taal goed spreekt, is het makkelijker om een tweede (of derde) taal te leren. Kinderen hebben in hun thuistaal al kennis en woordenschat opgebouwd. De leerkracht kan deze voorkennis activeren, dat maakt het aanleren van het Nederlandse woord makkelijker. Dat steeds heen en weer bewegen tussen talen wordt ‘translanguaging’ genoemd.

 

Hoe dan? Leerkrachten hebben het al zo druk!

Het hoeft niet ingewikkeld! Als een school besluit om taalvriendelijk te willen worden, kunnen leerkrachten meteen de volgende dag al stappen in die richting zetten. Dat hoeft niet ingewikkeld, het hoeft niet eens heel anders dan je gewend bent. Zoals nu vaak al de namen of foto’s van kinderen in lokalen aan de muur hangen, kun je ook een lijn met vlaggen van de landen van afkomst ophangen. Of een wereldkaart met vlaggetjes geprikt in de betreffende landen. Deze voorbeelden hebben op zich nog niets met taal te maken, wel met afkomst – en met bewustwording en waardering van de verschillen hierin.

In hal van de school of op de deur van het lokaal kun je een poster hangen met ‘welkom’ in alle talen. Als je elkaar in de kring ‘goedemorgen’ wenst of een verjaardagsliedje zingt, kan dat ook in de thuistalen van je leerlingen.

Op de boekentafel kun je (prenten-)boeken neerleggen in andere talen (Rupsje Nooitgenoeg is verkrijgbaar in meer dan 60 talen). Ook ouders vinden dat geweldig: nu kunnen zij ook eens voorlezen in de klas. In veel bibliotheken zijn meertalige boeken te leen, zeker in de OBA.

 

Moet een leerkracht 30 talen spreken?

Een van de eerste vragen die veel mensen stellen als ze horen over thuistaalvriendelijk onderwijs, is: “Maar hoe kan een leerkracht nu al die talen leren?” Het antwoord hierop: “Dat hoeft niet”. Wat wel belangrijk is, is het besef hoe taal en identiteit samenhangen, en respect en belangstelling hebben voor de thuistalen van de leerlingen. Een simpele vraag is genoeg om daarmee te beginnen: “Hoe heet dat in jouw taal? Wil je het opschrijven?”

Nog meer simpele voorbeelden:

Als je bij een rekenles twee kinderen met dezelfde taalachtergrond (taalmaatjes) samen laat werken en elkaar laat helpen, waarom zouden ze dat niet in het Pools, Oekraïens of Frans mogen doen? De instructie gaat in het Nederlands, de kinderen werken in hun voorkeurstaal en vertellen naderhand in het Nederlands hoe ze de opgave hebben opgelost.

Geef jonge leerlingen lijsten met ankerwoorden en afbeeldingen uit de leesmethode mee naar huis met de opdracht: “Heb het er thuis over in de voorkeurstaal van je ouders. Vraag of ze het woord in de thuistaal erbij schrijven, dan kunnen we alles in de klas vergelijken”. Oudere leerlingen krijgen als opdracht: “Praat thuis over het thema waar we mee bezig zijn (of dat nu om het weer gaat of om de wereldreligies) in jullie voorkeurstaal”. Dan wordt de volgende dag wordt in de klas het bruggetje naar het Nederlands weer gemaakt.

 

Wat kan je als leerkracht nog meer doen?

Het begin van taalvriendelijk onderwijs is dus niet zo ingewikkeld. Maar als je er verder mee wil? Als je thuistalen actief wil inzetten in de les en in het leerproces van je leerlingen?

Veel concepten bestaan in elke taal: ‘tafel’, ‘weersverwachting’, ‘landsbestuur’… In de klas kun je daarmee aan translanguaging doen. Hierbij maak je bij het leren van Nederlands gebruik van – en bouw je voort op – het taalbegrip dat een kind al heeft vanuit de thuistaal. Het stimuleert de taalgevoeligheid van kinderen als ze gewend zijn om te vergelijken, om overeenkomsten en verschillen te zoeken in klank en schrijfwijze. Bijvoorbeeld tussen het Nederlandse kat en cat (Engels), kot (Pools), gato (Spaans) en kedi (Turks).

Zo kunnen achtstegroepers tijdens het thema ‘weerbericht’ constateren: “foggy en vochtig klinken een beetje hetzelfde, maar de woorden betekenen net iets anders; en je schrijft het in het Engels een f, in het Nederlands een v”.

Kortom: met het inzetten van thuistalen op school leren kinderen sneller en beter Nederlands. Het stimuleert taalbewustzijn, taalgevoeligheid en taalplezier.

Dat hoeft niet méér werk te zijn, het vraagt wel een andere houding van de leerkracht en van de school.

…….

foto: Olivier Middendorp

Bożena Kopczynska, directeur en oprichter van Stichting Polish Culture NL:

“Toen mijn zoon werd geboren, was voor mij duidelijk dat ik Pools tegen hem zou spreken Dat is de taal die ik het beste ken, waarin ik de grootste woordenschat heb en die ik spreek zonder accent. Pools is de taal van mijn emotie, de taal van de cultuur waar ik vandaan kom, de taal van de grootouders van mijn kind. Pools maakt deel uit van mijn identiteit en de zijne. Zo werden wij een meertalige familie. Ik sprak Pools tegen mijn kind, zijn vader Engels, onze vrienden, de oppas en later de leidsters van de peuterspeelzaal Nederlands. Mijn zoon sprak dagelijks drie talen en hij antwoordde vanzelf in de taal waarin je hem aansprak.”

 

foto: Joeri Borst

Sharon Unsworth, Taalwetenschapper aan de Radboud Universiteit en presentator ven de podcast Kletsheads:

“Als ik aan kinderen vraag hoe het is om meertalig te zijn, zeggen ze eigenlijk steevast: ‘gewoon’. Voor kinderen is het heel normaal. Maar helaas wordt het niet overal als normaal gezien door onze samenleving. En zeker niet door het onderwijs, dat is vooral gefocust op het leren van Nederlands en laat de thuistalen buiten beschouwing. Dat is wel jammer, want – zoals in dit artikel te lezen is – er zijn veel voordelen van meertalig opgroeien, van zowel Nederlands als je thuistaal spreken.”

Lidy Peters, docent meertaligheid Academica University of Applied Sciences. Vanuit haar ervaringen als leraar en intern begeleider schreef zij het boek Talen die de school in komen:

“Als een school taalvriendelijk beleid wil gaan ontwikkelen en daarvoor mijn hulp inroept, begin ik altijd met kennisoverdracht. Met die kennisoverdracht ontstaat al snel een verandering van attitude, zowel in een team als bij ouders. Het is belangrijk dat een school uiteindelijk tot een gemeenschappelijke visie komt. En dan echt gemeenschappelijk: betrek daar niet alleen de teamleden bij die voor de klas staan, maar ook de conciërge, de administrateur, de ouders, de leerlingen zelf en alle andere mensen die de school in komen, van ambulant begeleiders tot en met de wijkagent. Zodat dat iedereen weet: ‘Zo doen wij het’.”

 

foto: Gerard Wegman

Anna de Graaf, onderwijsadviseur taal en meertaligheid bij het ABC Amsterdam:

“Het inzetten van meerdere talen in het onderwijs betekent niet dat je meteen de hele dag door andere talen moet gebruiken in de klas of dat jij als leerkracht alle talen moet beheersen. Het begint met het waarderen van die talen en taalbewustzijn creëren bij alle leerlingen. Dat hoeft echt niet ingewikkeld te zijn of veel tijd te kosten.”

foto: Gerard Wegman

Milka Yemane, gemeenteraadslid voor GroenLinks in Amsterdam, maakte zich sterk voor het initiatiefvoorstel in de gemeenteraad om het gebruik van thuistalen in Amsterdamse scholen te stimuleren:

“Ik kwam als vluchteling naar Nederland toen ik jong was. Tijdens mijn schooltijd in Drenthe werden alle thuistalen weggestopt, men dacht toen dat dat beter was. Dat was niet makkelijk, taal is zo verbonden met je identiteit! Intussen is ook vanuit de wetenschap bekend dat thuistalen in het onderwijs juist enorm positief en versterkend kunnen werken. Toch zie ik in 2023 nog steeds scholen die denken dat thuistaalvriendelijk onderwijs het leren van Nederlands belemmert.

Diezelfde weerstand was er ook in de Amsterdamse Gemeenteraad bij de behandeling van het initiatiefvoorstel om scholen te stimuleren meertaligheid de ruimte te bieden in hun onderwijs. Dat waardevolle initiatiefvoorstel is gelukkig aangenomen, eind januari 2023. Dat betekent dat het college van burgemeester en wethouders in het tweede kwartaal van dit jaar komt met een actieplan.”

 

foto: Gerard Wegman

Dieneke Blikslager, adjunct-directeur van de Sint Jan basisschool, één van de eerste taalvriendelijke scholen in Nederland:

“Onze school heeft in 2019 het predicaat ‘Language Friendly School’ gekregen. Daar zijn we trots op en blij om. Wetenschappelijk onderzoek wees – ook op onze school – uit dat kinderen vooruitgaan als je thuistalen verwelkomt op school.

Onze leerlingen en hun ouders vinden het heel fijn dat meertaligheid als kracht wordt erkend, dat kinderen als geheel worden gezien, inclusief hun thuistaal. Oud-leerlingen vertellen dat ze op de middelbare school makkelijker een nieuwe taal leren dan hun klasgenoten, omdat zij gewend zijn de vergelijking tussen talen te maken. Het bewustzijn dat de ene taal anders in elkaar zit dan de andere, hebben zij zich bij ons op de basisschool al eigengemaakt.”

…….

 

Cijfers over percentages kinderen met een meertalige achtergrond

In Amsterdam heeft 63% van de kinderen onder de 15 jaar een meertalige achtergrond. In Nederland als geheel gaat het om 27% van de leerlingen in het primair onderwijs en 25% van de leerlingen in het vo (Duarte, 2020).

 

Ontwerp: Basia Knobloch

Over het symposium Taaldiversiteit in het onderwijs

Het symposium Taaldiversiteit in het onderwijs van 15 maart 2023, waarop dit artikel is gebaseerd, is een jaarlijks terugkerend evenement, geïnspireerd door de Internationale Dag van de Moedertaal. Deze evenementen worden georganiseerd door Stichting Polish Culture NL in samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) – en mede mogelijk gemaakt door de gemeente Amsterdam en de Poolse ambassade. Tijdens deze bijeenkomsten worden uitdagingen en kansen besproken van meertalige opvoeding en meertalig onderwijs – zowel vanuit de praktijk als vanuit actuele inzichten uit wetenschappelijk onderzoek.

PolishCulture.nl; oba.nl

Op YouTube staat een playlist met video’s van het symposium.

 

Tips voor wie meer wil weten

Lezen:

  • Talen die de school in komen; kansen voor een multidiverse basisschool

Lidy Peters; Lannoo Campus; ISBN 9789401473569

  • Talenbewust lesgeven

Joana Duarte, Mirjam Günther, Fauve De Backer, Carolien Frijns & Babs Geelle Meerburg (red.); Coutinho; ISBN 9789046907979

  • Kans in Taal: de KiT. De Nederlandse woordenschat vergroten via de thuistaal. Amsterdamse leerkrachten en basisschooldirecties ontwikkelden – samen met onderzoekers – een meertalige aanpak. In dit (gratis te downloaden) boekje vind je de theoretische onderbouwing hiervan en veel praktijkvoorbeelden.

woa.kohnstamminstituut.nl/wp-content/uploads/2022/10/Kans-in-Taal.pdf

  • Translanguaging op de Basisschool; Didactiek en leerkrachthandelen in een meertalige populatie. Bachelorscriptie voor de universitaire pabo aan de UvA/HvA

Onno Visser (opvragen via LinkedIn: linkedin.com/in/visseronno).

 

Luisteren/kijken:

  • Kletsheads

Podcast over meertalige kinderen voor ouders, leerkrachten en logopedisten: kletsheadspodcast.nl

  • Meertaligheid en translanguaging op de basisschool
  • Onno Visser (leerkracht St. Janschool) over zijn (bachelorscriptie-)onderzoek naar translanguaging: be/C7PFPpzEgh4
  • De klas van juf Jelke

Juf Jelke werkt hard aan een rijke taalomgeving in haar kleutergroep om de taalontwikkeling te stimuleren: youtu.be/wsfxuU_VKqw

  • Meertaligheid in beeld

Drie informatieve animatieclips van de Radboud Universiteit over meertaligheid voor basisschoolleerlingen, ouders en leerkrachten, in vijf verschillende talen:

ru.nl/cls/our-research/research-groups/cognitive-developmental-aspects-multilingualism/meertaligheid-beeld

Foto boven artike;: pexels.com